voor verzoeken en info bel 010 403 03 03

Interview

De Maas van André de Baerdemaeker

De Maas wordt schoner merkt stadsecoloog André de Baerdemaeker van Rotterdam

INTERVIEW stadsecoloog André de Baerdemaeker

Verwacht nog niet meteen zeearenden boven de Kop van Zuid en zeehonden in het Boerengat, maar andere gunstige voortekenen zijn er alvast. Na decennialang voornamelijk als Europees afvoerputje van chemicaliën en andere gevaarlijke stoffen te hebben gefungeerd, wint de Nieuwe Maas langzaam maar zeker weer aan betekenis als natuurgebied.

Zalm en zeeprik

Flora en fauna veroveren na afwezigheid van opnieuw hun plekje in en rond de rivier in Rotterdam. Zo zwemmen er weer bot en diklipharder tot in de oude stadshavens, en is ook de eerste rivierrombout, een zwartgele libelle, bij Heijplaat op het water gesignaleerd. Stadsecoloog André de Baerdemaeker van Bureau Natuurbeheer heeft er bovendien goede hoop op dat de Atlantische zalm in de Nieuwe Maas nu echt terug is van weggeweest, terwijl ook de zeeprik, de bever en de meerval druk aan een definitieve comeback in Rotterdamse wateren lijken te werken.

photo onderstroom big

Zalm

Nationaal landschap

Die positieve ontwikkelingen danken we in de eerste plaats aan strengere EU-wetgeving, waardoor vanaf de jaren negentig onder andere het lozen van giftig afval in de grote rivieren sterk is teruggedrongen. Maar ook aan het milieubeleid van de gemeente Rotterdam, het Havenbedrijf, het Wereld Natuur Fonds en het Rijk, die zich alle sterk maken voor de natuurontwikkeling in de Zuid-Hollandse delta. Behalve als wereldhaven wordt de Rijnmond tegenwoordig namelijk eveneens als nationaal landschap gekoesterd.

Rietkragen en spindotters

Het ‘vergroenen’ van de oevers van de Nieuwe Maas en de Nieuwe Waterweg is een van de inspanningen om de natuur in Rotterdam verder op weg te helpen. Waar dat mogelijk is, verdwijnen stenen kades en taluds van basaltblokken om plaats te maken voor rietkragen, spindotters en andere aantrekkelijke verzamelplaatsen voor vissen, vogels, insecten en andere dieren. Hoe meer het daar in die ‘vergroening’ gaat krioelen, hoe duidelijker voor biologen het signaal dat de rivier als geheel weer als biotoop begint mee te tellen.

FOTO ALGEMEEN - Rivierrombout

Rivierrombout

De Baerdemaeker was daarom blij met die rivierrombout die hij zelf op de rivier bij Heijplaat in het vizier kreeg. Een bescheiden ontdekking, het ging per slot van rekening nog maar om één exemplaar van dit insect, maar alle kleine beetjes tellen als je het over de Nieuwe Maas hebt. ‘Want’, zegt André de Baerdemaeker, ‘hoe het er in de rivier zelf voorstaat met de natuur, blijft voor ons biologen nog best mysterieus.

Bever in Pernis

‘Het is er donker, diep en troebel, en je kunt er niet duiken vanwege het drukke scheepvaartverkeer en door de stroming. Maar aan de hand van gegevens van vissers, van wetenschappelijk onderzoek en eigen waarnemingen kunnen we over het dierenleven in de rivier toch wel íets zeggen. De vondsten van een dode meerval in de Maashaven en een bever in Pernis zijn voorbodes van gunstige ecologische veranderingen die zich aan het voltrekken zijn.’

Genoemde meerval en bever mochten dan al het loodje hebben gelegd toen ze in Rotterdamse wateren werden aangetroffen, dat geldt niet voor de zalmen die middels GPS-apparatuur konden worden gespot toen ze onder de Erasmusbrug door zwommen, op weg naar hun geboortegronden in de Alpen. Ook diverse marine soorten krabben, mosselen en kreeftjes komen in grotere getale van zee onze delta binnen kruipen. Niet alleen vanwege die toegenomen waterkwaliteit in de Maasmonding trouwens, maar ook doordat het zoute getijdewater door toedoen van de klimaatverandering steeds verder het land in spoelt.

FOTO ALGEMEEN - Vissers van de Mantelmeeuw in de Rijnhaven

Beroepsvissers op De Mantelmeeuw halen hun netten binnen in de Rijnhaven

Zichtbaar of niet, De Baerdemaeker geniet van de rijkdom die de Nieuwe Maas hem als stadsbioloog en Rotterdammer van geboorte nu al biedt. Het zal bij niet iedere mede-inwoner bekend zijn, maar ornithologen als hij halen hun hart op in de Waalhaven, hét bivak voor kokmeeuwen en soortgenoten uit alle delen van de Randstad.

Witte bel van meeuwen

Met tienduizenden tegelijk strijken ze er ’s avonds neer om er de nacht door te gaan brengen. ‘Als je ’s avonds in de buurt bent en je ziet een schip binnenlopen of vertrekken, dan is dat in een witte bel van meeuwen. Op de Erasmusbrug zie je ze in de schemering ook van alle richtingen op de Waalhaven komen aanvliegen. Een schitterend gezicht.’