voor verzoeken en info bel 010 403 03 03

Taxi!

Jack, de grootste Feyenoordfan van allemaal

Superfan Jack Hantonissen keerde terug uit de VS omdat hij Feyenoord niet kan missen.

TAXI - Jack Hantonissen

Jack Hantonissen werd geboren in Rotterdam, emigreerde naar Californië en maakte daar fortuin in de schoenenhandel. Omdat hij De Kuip en Feyenoord maar niet kon missen, kocht de tachtiger een tweede huis op de Kop van Zuid. Nu kan hij élke wedstrijd van zijn cluppie gelukkig weer gewoon vanaf de tribune volgen.

Huizen in Californië én Rotterdam

‘Ik kwam voor het eerst terug in Rotterdam in 2014. Toen heb ik Feyenoord een half seizoen lang gevolgd, waarna ik weer ben teruggegaan naar mijn huis in Californië. Maar toen na de winterstop de competitie weer begon, ben ik opnieuw hierheen gekomen. En nu woon ik hier steeds voor 9 maanden. Ik huur op de Wilhelminapier een appartement in het New Orleans-gebouw – jawel, met als enige reden om Feyenoord te kunnen zien spelen. Dat is toch genoeg zeker?

‘De eerste jaren nadat ik naar Amerika was geëmigreerd, wist ik niet eens dat we wereldkampioen waren geworden. Mijn vader was weliswaar in Rotterdam achtergebleven, maar die overleed na mijn vertrek vrij snel. Hij was in een roestige nail getrapt, had daardoor een infectie opgelopen, en toen was hij húp ineens weg.

Homesick

‘Ik heb vervolgens mijn moeder en mijn zus naar Californië laten overkomen want die waren alleen achtergebleven. Maar ja, die wisten dus niets van voetbal. I was homesick van het voetbal, maar ik had geen idee wat er rond Feyenoord gebeurde totdat eindelijk het internet daar was. Mijn liefde voor de club was nooit uitgebloeid, hoor. Maar vanaf dat moment kwam Feyenoord weer heel dichtbij.’

Dozen tellen

‘Ik ben in januari 1961 naar Californië gegaan. Ik werkte op het Westplein 2 bij een scheepvaartmaatschappij en dacht dat ik in Los Angeles wel een baan in de haven kon vinden. Maar ik had geen auto en dan kun je nergens komen in Amerika. Er was wel een bus naar downtown Los Angeles, en daar ben ik een schoenenfabriek gaan werken. Het was het eerste de beste dat ik tegenkwam.
 
‘Ik ben tot het einde toe in de damesschoenen gebleven. Eerst in het magazijn van die fabriek, van waaruit ik me ben gaan opwerken. Ik kon 18 dozen met schoenenparen in een karton doen, met 36 veters erbij – daar waren ze heel verbaasd over in Amerika: hé, we hebben iemand die kan tellen. Ik mocht naar het kantoor.’

‘Tien jaar later, in 1971, kon ik mijn eigen kleine schoenenfabriek beginnen. Die heb ik gehad tot 1989. Vervolgens ben ik samen met een klant in schoenenwinkels verder gegaan, uiteindelijk twaalf in totaal. En dat tot 2010. Ik heb ook Los Angeles vaarwel gezegd, ik woon nu in een buitenwijk van San Diego, dicht bij de Mexicaanse grens. Eén step en ik ben in Tijuana.’
 

Afrikaanderwijk

‘Ik ben geboren in de Afrikaanderwijk. Mijn familie in Rotterdam heeft ervoor gezorgd dat ik een condo met uitzicht op de Rijnhaven kon huren. Vlakbij de Paul Krugerstraat dus, waar ik vroeger woonde. Sindsdien heb ik weer veel Rotterdammers van mijn generatie leren kennen.

‘Ik ga bijna elke naar De Kuip. Dan staan de andere wijze mannen daar, en een keer of drie per week is er daar ook practice natuurlijk. Elke zaterdag ga ik daarnaast naar Varkenoord en ik bezoek de uitwedstrijden van de lagere elftallen. Of ze nou in Heerenveen of in Amsterdam spelen, dan ga ik ook. Met de trein. I love de trein. En ’s middags doordeweeks ga ik de vrienden bezoeken die ik hier gemaakt heb, allemaal social dingen, snappie?
 

Duiven kijken

‘Het is hier goed uit te houden. Ik ben hier nu weer gewend. Er heeft zich laatst zelfs iemand voorgesteld als een vroegere kennis van mijn vader. Een duivenmelker, net als mijn vader. Nu zit ik daar zaterdags met ‘m in de lucht te kijken. Momenteel is ook mijn jongste dochter hier, die woont met haar vriend in Minnesota. Vanochtend zijn we samen een wagen bij Avis gaan huren, nu is ze daarmee een paar dagen naar Zwitserland.’
 

Terug of niet terug

‘Wanneer ik 80 word volgend jaar juni keer ik terug naar Californië. Ik heb mijn kinderen beloofd: voorgoed. Dan heb ik daarna mijn droom nog: dat Feyenoord ooit landskampioen wordt. Ik hoop dat ik nog in leven ben als het ooit gebeurt. Maar misschien ga ik ook wel helemaal niet terug naar Amerika, wie weet. Je moet toch iets zeggen tegen je kinderen…? En ze kunnen me hier altijd komen bezoeken.’