voor verzoeken en info bel 010 403 03 03

Onderstroom

Klein Athene op de Kaap

De Kaap was het buurtje van de zeelui, Chinezen en de prostituées, maar óók van de Grieken

ONDERSTROOM - Grieken op de Kaap

De roemruchte geschiedenis van de Kaap is nauw verbonden met de scheepvaart, de Rotterdamse Chinezen en de prostitutie, dat weet iedere inwoner van de stad.

Sommige illustere namen die naar dat rauwe verleden van de uitgaanswijk verwijzen, kunnen nog steeds tot de verbeelding spreken. Dames van lichte zeden als ‘Bets de bult’, het ‘Ouwe renpaard’ en de ‘Staande klok’ zijn op de Kaap weliswaar al lang uit het straatbeeld verdwenen. Maar met Tattoo Bob op het Deliplein en het legendarische kantonees-restaurant Wing Wah in de Atjehstraat is er in elk geval íets overgebleven van een tijdperk dat Rotterdammers van onder de vijftig alleen nog maar van wilde verhalen kennen.

Belvédère

Gelukkig blijven alle grote en kleinere verhalen over Katendrecht zelf wél doorverteld. Een belangrijke aanjager en verzamelplaats daarvan is Verhalenhuis Belvédère. Het is sinds drie jaar gevestigd op een adres dat, net als Tattoo Bob en Wing Wah, een lange historie heeft op de Kaap.

ONDERSTROOM - Grieken op de Kaap 2

Bovenwoning van de Rechthuislaan 1, waar Wally Elenbaas en Esther Hartog woonden. Nu Verhalenhuis Belvédère

In de bovenwoning van Rechthuislaan 1 woonde en werkte het kunstenaarsechtpaar Wally Elenbaas en Esther Hartog, op de begane grond bevond zich nachtclub Xenos. De zaak was vernoemd naar Xenos Bachas, een van de vele Griekse immigranten die, tegelijk met de Chinezen, de matrozen en de hoeren, een gezichtsbepalende gemeenschap vormden in het Katendrecht van de vorige eeuw. ‘Klein Athene’ luidde niet voor niks de bijnaam van de wijk.

Tabak en souvlaki

Over die Grieken en de sporen die ze in Rotterdam achterlieten gaat een tentoonstelling in het Verhalenhuis. Twee van de drijvende krachten van Belvédère, Linda Malherbe en Joop Reijngoud, hebben in de expositie Rotterdam Metamorfosen de wortels blootgelegd van enkele Grieks-Rotterdamse families.

De eerste telgen van die families zetten al in 1893 voet aan wal in de stad.Eerst in de toenmalige Zandstraat, achter de Coolsingel, waar ze in de tabak zaten. Erna op Katendrecht, van waaruit ze als parlevinkers en later als eigenaren van ship stores behalve tabak en sigaretten ook andere proviand aan scheepsbemanningen leverden.

photo-onderstroom-small

Prins Bernhard in restaurant Akropolis op de Kaap

Hun nazaten openden op het schiereiland vervolgens de al eerder genoemde nachtclub Xenos, café Atlas op de Sumatraweg en niet te vergeten ook restaurant Akropolis in de Delistraat. De directie van wat toen nog voluit Museum Boijmans van Beuningen heette, journalisten, kunstenaars en ook Prins Bernhard en staatsman Joseph Luns aten hun souvlaki’s bij Christos Bouyoukas en zijn ‘Hollandse huisvrouw’ Wally van der Kloot.

‘Beste restaurant ter wereld’

Vrouwen en kinderen inbegrepen woonden er volgens het Algemeen Handelsblad in 1958 zo’n 200 Grieken in Nederland, van wie 65 procent in Rotterdam. Diezelfde krant liet op sfeerreportage in restaurant Akropolis in dat jaar noteren dat ze hun nieuwe vaderland ‘na Hellas het beste ter wereld’ vonden.

Omgekeerd was het voor Nederlandse gasten van Akropolis soms nog even wennen aan de Griekse zegeningen: liever een Hollandse kop koffie op de maaltijd toe dan een teug van die vreemde retsina.

ONDERSTROOM -Prostitutie op de Kaap

Animeerbars

De Rotterdamse Grieken bleven niet allemaal op Zuid, er ontstond ook een as tussen de Kaap en de Zalmhaven en de rest van het Rotterdamse Scheepvaartkwartier. Xenophon Bachas opende er een hotel-café-restaurant, gevolgd door een kapper die ook maar meteen het opschrift ‘Koureion’ op zijn raam van zijn salon aanbracht.

Met name de Van Vollenhovenstraat en de Scheepstimmersmanslaan werden met het verstrijken van de tijd steeds Griekser van signatuur. De Nederlands-Griekse club had er zijn hoofdkwartier, en tot voor een paar jaar geleden konden passagierende bemanningsleden en Rotterdamse stappers er nog terecht in animeerbars die – net als in onder andere Antwerpen – door Hellenen werden uitgebaat.

Een Henkes op zolder

Op Katendrecht liet de Griekse enclave zich ook in cultureel opzicht niet onbetuigd. Wally Elenbaas werd door zijn benedenburen van nachtclub Xenos mee naar hun oude vaderland getroond om er te aquarelleren.

Collega Dolf Henkes, de kunstenaar die op de Kaap een paar deuren verderop woonde, overkwam hetzelfde. Ook hij maakte, aangespoord door wijkgenoten, vele schildersreizen naar Griekenland. In de tentoonstelling in het Verhalenhuis zijn werken die zowel Elenbaas als Henkes er maakten weer ‘herenigd’ met de bron waaruit ze ontsproten: hun beider vriendschappen met de Griekse Kapenezen.

De doeken van Henkes (1903-1989) zijn voor de tentoonstelling uitgeleend door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), maar – wereldprimeur! – op Rotterdam Metamorfosen hangen ook twee herontdekte werken van een van Rotterdams beroemdste schilders.

Een Grieks landschap van Henkes’ hand werd door Malherbe en Reijngoud aangetroffen boven het bankstel van een Grieks-Rotterdamse familie in de Alexanderpolder. En onbekend met de waarde ervan, bleek de dochter van Christios Bouyoukas een onbekend meisjesportret dat Henkes op Katendrecht van haar schilderde jarenlang op zolder te hebben bewaard.

Waarmee heeft de geschiedenis van de Kaap er dus weer een bijzonder voetnootje bij heeft gekregen.

Dolf Henkes

Dolf Henkes woonde zijn leven lang samen met zijn moeder, broer en zussen in een huis aan Veerlaan 92a. Vanuit het raam van Verhalenhuis Belvédère is de plek nog te zien. Het originele pand is er niet meer, in het voorjaar van 2015 is aan de Veerlaan een nieuw koophuis opgeleverd.
Een van de buurmannen van Henkes was de Griek Vassilis Pegmentzoglou. Hij kwam in februari 1940 aan de Veerlaan wonen. Vassilis nam samen met zijn vrouw de schilder in 1954 mee naar zijn geboorteland Griekenland.
De tocht maakt een bijzonder diepe indruk op Henkes en hij kreeg inspiratie voor een groot aantal landschapsschilderijen als ook voor mythologische werken. Vassilis’ dochter Hennie Kleiman (90) weet nog goed dat haar ouders samen met buurman Dolf naar Griekenland reisden. Een Grieks landschap van Dolf Henkes aan Vassilis en kleindochter Conny geadresseerd, hangt boven haar bank in Rotterdam-Alexanderpolder.

Grieks heimwee naar Rotterdam

Sarandos Kotsakis (Kalamáta, 1936) belandde als zeeman voor het eerst in Rotterdam in 1959 en vestigde zich in 1970 definitief in de stad. ‘Samen met een collega kocht ik een café aan de Scheepstim-mermanslaan. Le Petit Bar. Daarboven ging ik wonen. Hier kwamen veel zeelieden. Soms hadden ze geen geld meer, zeiden dat ze de volgende keer zouden betalen of dat ze het gingen halen. Ze hielden altijd woord. Ik heb nooit een cent verloren.’
Sarandos werd verliefd op landgenote Maria Alexandroudou, met wie hij in 1979 trouwde in de Griekse kerk Heilige Nicolaos aan de Westzeedijk. In 1988 verkochten ze het café om weer in Griekenland te gaan wonen. ‘Ik kon werk krijgen bij een ijzerhandelaar in Evia, het tweede grote eiland. Maar Griekenland werd nooit meer helemaal ons thuis. Vanwege heimwee zijn we in 1997 naar Rotterdam teruggekeerd. We gaan wel regelmatig op vakantie naar Griekenland, om familie te bezoeken. Ik heb mijn zus nog daar. Ze is inmiddels 86 jaar. Ik help haar jaarlijks de olijven te oogsten.’